Plassen op schrikdraad

29 augustus 2025

Gedichten over spannende en ook grappige dingen: het hek achter de fietsenstalling overklimmen, een schaap leren scheren, ’s nachts zwemmen in zee. Een bundel vol avonturen die lichtjaren ver weg zijn, of vlak bij huis. Want het vergt moed om aan te bellen bij nummer 16 om je bal terug te vragen. Leeuwenmoed! Net als van de hoge springen of plassen op schrikdraad…

Met levendige illustraties van Karst-Janneke Rogaar

‘Elk gedicht roept in een sprankelende verteltoon een hele wereld op, één die net om de hoek ligt en toch ver weg is, het ultieme speelterrein.’ – Poëziekrant

‘Bont en zorgeloos leesavontuur’ ★★★★ NRC 

‘Zeer geslaagd poëzieboek’ – Het Parool

Gegevens

Jeugdpoëzie (9+) uitgeverij Querido, 2023
Met tekeningen van Karst-Janneke Rogaar
ISBN: 9789045131719
Prijs: 14,99

Koop of bestel dit boek bij je lokale boekhandel, of bijvoorbeeld via Querido/Libris.

Recensies

 

Poëziekrant

9-1-2026

'van die mooie sporen maken'

'Weinig mensen begrijpen zo goed waar het om draait in kinderspel als Simon van der Geest (1978), zo bleek al meermaals uit zijn oeuvre. Met Plassen op schrikdraad, zijn eerste dichtbundel, zetten hij en illustrator Karst-Janneke Rogaar (1975) dat spel vol bravoure in de kijker. Van der Geest is romanschrijver, theatermaker én dichter, en dat laat zich in de gedichten in Plassen op schrikdraad goed voelen. Elk gedicht roept in een sprankelende verteltoon een hele wereld op, één die net om de hoek ligt en toch ver weg is, het ultieme speelterrein. Net als in zijn verhaal Dissus brengt Van der Geest die speelse jongetjesbravoure zo overtuigend in beeld dat je als lezer een van hen wordt. Het is één ding om geloofwaardige personages neer te zetten in proza, maar door dat ook te doen in poëzie zet Van der Geest weer nieuwe kanten van zijn al indrukwekkende (en meermaals bekroonde) schrijftalent in de kijker. Plassen op schrikdraad is dan ook meer dan een pleidooi voor ravotten en speels avontuur. Het gaat over het durven en (net) niet durven, over moed putten uit dromen en verlangens, over een plek opeisen voor jezelf. Zo zegt een (kennelijk moeilijk lezend) kind in ‘Horizin’: ‘Deze kan ik prima lezen: / Bos-kerk-bos-molen-mast-bos / dat flap ik er in één keer uit / zonder haperen, zonder fout’, wat zoveel betekent als ‘De rand van het Beukenwoud / waar ik drie hutten heb gebouwd’, om zich tot slot tot de juf te richten: ‘zal je es zien / dat ik vloeiend weilands kan’. Ook elders zoekt de ik een geschikte taal om zich in uit te drukken, zoals in ‘Splesj’, waarin die indruk wil maken op een meisje en voor ‘watertaal’ opteert. Vaak ontlokken de gedichten gegrinnik, of ingehouden adem bij alle aan de dag gelegde durf; soms zou je een arm om de ik-figuur heen willen slaan.'

Reacties

 

Boeken

Theater